Darren van Es Darren van Es

Social Distancing, Lockdowns en testen: hoe de COVID-19 pandemie te vertragen

Social Distancing, Lockdowns en testen: hoe de COVID-19 pandemie te vertragen

Ik heb gesproken over waar het COVID-19 coronavirus vandaan kwam en hoe we dergelijke verschijnselen van dieren in de toekomst kunnen voorkomen, maar nu het zich van mens op mens  verspreidt; wat kunnen we eraan doen?

Social distancing.

Dat is wat ieder van ons kan doen.

Steden afsluiten, niet-essentiële bedrijven sluiten, het annuleren van bijeenkomsten en het aanmoedigen van mensen om thuis te schuilen zijn allemaal ouderwetse volksgezondheidsstrategieën om elke mogelijke transmissieketen te doorbreken.

China werd veroordeeld vanwege zijn vroege reactie, het sanctioneren van critici en 't ontkennen van de omvang van de crisis, door ernaar te verwijzen als "te voorkomen" en "controleerbaar", vergelijkbaar met de reactie van andere wereldleiders.

Maar China werd later geprezen om diezelfde autoritaire aanpak als het ging om het succesvol uitvoeren van extreme quarantainemaatregelen.

Een WHO-topfunctionaris prees China's inspanningen als "waarschijnlijk de meest ambitieuze, ... behendige en agressieve beheersing van ziekten in de geschiedenis".

Het was echter te weinig, te laat om de ziekte plaatselijk in te dammen.

Tegen de tijd dat de autoriteiten reizen uit Wuhan verboden, had meer dan een derde van de 14 miljoen inwoners de regio al verlaten, ofwel voor de Chinese Nieuwjaarsvakantie ofwel om te vluchten voordat de afsluiting van de stad in werking trad op 23 januari.

Men zou kunnen stellen dat als lokale ambtenaren niet wekenlang klokkenluiders het zwijgen hadden opgelegd en valse rapporten hadden vrijgegeven, de wereld deze pandemie bespaard had kunnen blijven.

Maar de agressieve acties die China vervolgens wel heeft ondernomen hebben ons inderdaad allemaal enige tijd opgeleverd.

Het uitvoeren van zogenaamde oorlogstijd-controlemaatregelen, startten de grootste beheersingsinspanning van een gemeenschap in de geschiedenis, die ongeveer 750 miljoen mensen trof.

Grenzen werden gesloten, steden werden afgesloten, en mensen waren opgesloten in hun huizen, in tegenstelling tot zogenaamde lockdowns begonnen andere landen met de instelling, zoals de VS, waar mensen nog steeds vrij naar buiten konden gaan zolang ze een bepaalde persoonlijke afstand respecteerden .

In China waren burgers volledig beperkt met toestemmingskaarten waardoor ze alleen om de dag hun huis konden verlaten gedurende maximaal 30 minuten  voor essentiële zaken.

Het beleid werd bekritiseerd door mensenrechtenactivisten, maar het werkte.

De epidemie begon onmiddellijk te vertragen.

De Chinese autoriteiten bereikten datgene waarvan veel deskundigen op het gebied van volksgezondheid dachten dat het niet kon: de beheersing van de verspreiding van een wijd verspreide luchtweginfectie.

Binnen twee maanden, meldde de provincie Hubei, ground zero waar de ziekte voor het eerst opkwam, de eerste dag van geen nieuwe lokale gevallen.

"Ik zal China keer op keer prijzen" zei de directeur-generaal van de Wereldgezondheidsorganisatie, "omdat hun acties daadwerkelijk helpen bij het verminderen van de verspreiding van het nieuwe coronavirus naar andere landen".

"China zet in veel opzichten een nieuwe standaard voor reactie op een uitbraak." Natuurlijk, de dag dat de provincie Hubei geen nieuwe gevallen registreerde, bevestigde de wereld zijn 200.000ste zaak.

Zou de rest van de wereld bereid zijn regels uit te vaardigen die een wereldwijde specialist in gezondheidsbeleid "verbazingwekkend, ongekend en middeleeuws" noemde?

De 'bevel en beheersing' autoriteit van de Chinese regering stond hen toe om een dure beheersingsstrategie af te dwingen die kosten met zich meebracht voor handel, reizen en vrijheid waarvan velen betwijfelden dat democratieën het zouden kunnen verdragen.

Gelukkig hebben succesvolle strategieën in landen als Zuid-Korea aangetoond dat dergelijke draconische maatregelen wellicht niet nodig zijn.

Alle landen die de ziekte snel onder controle konden krijgen vertrouwden op de basis van testen en traceren.

Met andere woorden, identificeer alle gevallen door middel van massaal testen, en traceer vervolgens elk mogelijk contact dat elke patiënt had, om zoveel mogelijk transmissieketens te doorbreken door isolatie en quarantaine.

Zuid-Korea heeft een test goedgekeurd in de eerste week van februari en met voldoende testen was het in staat om de ziekte onder controle te krijgen tegen het eind van de maand.

Met zulke uitgebreide, goed georganiseerde tests, waren landen als Zuid-Korea in staat om de epidemie te beheersen zonder hun toevlucht te nemen tot een totale lockdown.

De Wereldgezondheidsorganisatie nam er nota van. 'We hebben een simpele boodschap aan alle landen", verklaarde de directeur-generaal ,"test, test, test".

De Verenigde Staten leken de boodschap niet op tijd te hebben ontvangen.

Medio maart had Zuid-Korea al meer dan een kwart miljoen van zijn burgers getest, meer dan 5.000 op elke miljoen, vergeleken met minder dan honderd per miljoen in de Verenigde Staten.

Verlamd door de administratieve rompslomp van de FDA en een reeks blunders, was er niet voldoende Amerikaanse testcapaciteit voordat de beheersingsmogelijkheden voorbij waren.

Het maakt nederig om te beseffen dat de VS en Zuid-Korea hun eerste gevallen hebben geregistreerd op dezelfde dag, maar de daaropvolgende epidemieën volgden verschillende paden.

Zodra beheersing mislukt, verschuift de strategie naar onderdrukking en verzachting.

Als je niet weet wie besmet is, is het enige dat je kan doen, proberen te voorkomen dat iedereen met iemand in contact komt. In april kregen de meeste Amerikanen opdracht om thuis te blijven om te proberen de verspreiding tegen te gaan.

Zoals Dr. Fauci zei tijdens een persconferentie: "Als 't lijkt alsof je overdreven reageert, doe je waarschijnlijk het juiste'.

Niet-essentiële bedrijven sluiten en mensen aanmoedigen om binnen te blijven om sociale contacten te beperken zijn pogingen om de curve af te vlakken voordat deze ons plat maakt; maakt de epidemische curve plat.

Met andere woorden vertraag de verspreiding om de gevallen gelijkmatiger over de tijd te verdelen.

Dit zou gezondheidsstelsels de tijd geven om op te schalen en effectief te reageren, zowel om COVID-19 te behandelen, als om de algehele zorgcontinuïteit te behouden.

Tijdens de recente ebola-crisis in West-Afrika, bijv., namen de sterfgevallen toe ook door andere oorzaken, vanwege de verzadiging van 't gezondheidszorgsysteem, evenals van de dood van gezondheidswerkers.

Schoolsluitingen zijn controversiëler omdat ze de beschikbaarheid in gevaar kunnen brengen van de 29% van de zorgverleners in de VS die in huishoudens wonen dat voor jonge kinderen zou moeten zorgen .

Eén model suggereerde dat schoolsluitingen mogelijk COVID-19-gevallen met meer dan 25% moeten verminderen om het verlies van zorgmedewerkers te compenseren in termen van een algehele netto vermindering van de sterfte door COVID-19.

Een daling van 25% kan mogelijk worden bereikt voor pandemische influenza, een ziekte waarbij kinderen een cruciale rol kunnen spelen in overdracht in gemeenschappen; maar kinderen lijken niet de belangrijkste aanjagers van de transmissie van COVID-19 te zijn.

Totdat een effectief vaccin algemeen verkrijgbaar is —waarschijnlijk niet voor 2021 op zijn vroegst — kunnen lockdowns het virus beroven van vatbare gastheren.

Maar als dergelijke maatregelen worden versoepeld, kan de ziekte weer oplaaien.

In de pandemie van 1918 bijvoorbeeld, ervoeren enkele Amerikaanse steden een tweede piek in sterfte na opheffing van maatregelen voor sociale afstand.

Zie wat er in St. Louis is gebeurd.

Zodra ze een verdubbeling van de verwachte sterfte ontdekten, stelden ze schoolsluitingen in en een verbod op openbare bijeenkomsten, en je kunt zien hoe ze erin geslaagd zijn om de curve om te buigen.

Dus besloten ze dat het tijd was om de social distancing te ontspannen, en kregen ze een grote piek in nieuwe gevallen die herinvoering van de lockdown vereisten.

Maar het belangrijkste is dat ze de sociale afstand al vroeg hebben ingesteld, binnen enkele dagen na hun eerste geval.

Vergelijk dat eens met hoe Philadelphia reageerde.

Het kostte ze weken om de stad te sluiten en ze leden onder de gevolgen.

Hier is een grafiek van dat sterftecijfer in St. Louis, vergeleken met wat ze doorstonden in Philadelphia.

En hier de massagraven die ze toen moesten graven in de stad van broederlijke liefde.

Anderhalve meter afstand houden is beter dan twee meter onder de grond te liggen.

Door periodiek op de rem te trappen met strategieën voor afvlakking van de curve zoals verordeningen ter plaatse om de overdracht in gemeenschappen te vertragen, is de hoop dat we de eerste vloedgolf van gevallen kunnen omkeren in een reeks van kleinere opeenvolgende golven die de capaciteit van onze gezondheidszorg niet te boven gaat.

Zo niet, dan kunnen meer IC-afdelingen in Amerikaanse ziekenhuizen overweldigd raken, net als in Italië, en doktoren zullen triage- beslissingen moeten nemen over wie leeft en wie sterft.

Triage-protocollen zijn al gepubliceerd.

De eersten in de rij voor beademing zijn zij die 't meest waarschijnlijk overleven, zowel op korte termijn als in het daaropvolgende jaar.

Dan gaat de prioriteit naar kinderen en naar volwassenen onder de 50 jaar.

Die 50 tot 69 zitten in de volgende laag, gevolgd door die van 70 tot 84 jaar, en tot slot krijgen patiënten van 85 jaar en ouder de laagste prioriteit.

Bij een gelijkspel kan levensreddende beademing worden toegewezen op basis van een of andere vorm van loterij, zoals het omdraaien van een munt.

In het New England geneeskundig tijdschrift schreef een vooraanstaande groep medische ethiek-experts dat ze van mening zijn dat het verwijderen van een patient van beademiing of van een IC-bed om het aan anderen in nood te verstrekken ook gerechtvaardigd is en dat patiënten bewust gemaakt moeten worden van deze mogelijkheid bij opname in het ziekenhuis, met de toevoeging "de beslissing om een schaarse hulpbron in te trekken om anderen te redden is geen doodslag en vereist geen toestemming van de patiënt".

Wauw, kun je je dat voorstellen?

Om de eerstelijnsartsen te ontlasten, stellen ze aanwijzing van triage-officieren voor om de beslissingen te nemen.

De landen die het snelst konden mobiliseren en in staat waaren om COVID-19 het best te beheersen waren de landen die harde lessen hadden geleerd van eerdere uitbraken.

China, Hong Kong, Singapore en Taiwan dragen de herinneringen aan SARS.

Meer recentelijk leed Zuid-Korea in 2015 aan een MERS-uitbraak, veroorzaakt door een zakenman die terugkeerde uit het Midden-Oosten.

De test- en trace-infrastructuren van het land waren dus aanwezig en de bevolking was bereid zich op te offeren voor de belofte van beheersing.

Als uitbraken met tientallen of zelfs honderden doden landen kunnen opzwepen tot een toestand van pandemische paraatheid, zullen wellicht de duizenden of zelfs miljoenen sterfgevallen als gevolg van COVID-19 de wereld zich laten richten op de missie van pandemische preventie.

Maar eerst, wat kan ieder van ons individueel doen om de huidige pandemie te doorbreken?

Dat is wat ik hierna zal behandelen.

Meer lezen
Darren van Es Darren van Es

Vertraag je kloppende hart: Bonen versus Beweging

Vertraag je kloppende hart: Bonen versus Beweging

De opeenstappeling van bewijsmateriaal dat een verband legt tussen een verhoogde rusthartslag en een verkorte levensduur-zelfs in ogenschijnlijk gezonde individuen, maakt het een sterk argument om rekening mee te houden bij de beoordeling van het risico.

Het heeft sterke voordelen.

Het meten van je hartslag is goedkoop, kost weinig tijd, het is begrijpelijk voor mensen, en het is iets wat iedereen thuis kan doen om zo hun vooruitgang te meten zodat ze een ​​actieve deelnemer kunnen worden in het beheren van hun eigen gezondheid.

Elke tien slagen per minuut verhoging wordt in verband gebracht met een toename van 10 tot 20% om vroegtijdig te overlijden.

Het risico lijkt toe te nemen bij een toenemende hartslag, in ieder geval voor waarden boven ongeveer een slag per seconde.

Dus we hoeven alleen te kijken op ons horloge en als ons hart sneller klopt dan dat de seconden voorbij gaan zelfs als we stil zitten, dan moeten we er iets aan doen, vooral wanneer we in de buurt van de 80 á 90 beginnen te komen.

Mannen zonder zichtbaar bewijs dat ze lijden aan hart-en vaatziekten met een hartslag van 90 hebben waarschijnlijk vijf keer meer kans op plotselinge hartdood- wat betekent dat hun eerste symptoom hun laatste is in vergelijking met diegene die in de veiligheidszone zitten.

Bij ongeveer 90 wordt het risico op hart-en vaatziekten zodanig verhoogt dat deze vergelijkbaar is met roken.

Als je echter de meeste artsen hiernaar zou vragen, dan wordt 90 als normaal beschouwd.

De aanvaarde limieten van de hartslag zijn al voor lange tijd vastgesteld op 60 tot 100 slagen per minuut.

Hoe zijn ze daar op gekomen?

Het werd opgenomen omdat het gemakkelijk was en is alleen gebaseerd op de omvang van de vierkantjes op EKG papier.

Een historisch toeval, net als het QWERTY-toetsenbord die gewoonweg de norm werd.

60 tot 100 representeert niet eens de normale verdeling.

Deze cardiologen maten de hartslagen van 500 mensen en concludeerde dat 45-95 een betere definitie van normaal was, afgerond op 50 tot 90, waar een vragenlijst van de meest vooraanstaande cardiologen mee instemde.

Nu weten we dat normaal niet noodzakelijkerwijs optimaal betekent, maar artsen moeten niet tegen mensen met hartslagen in de 50 zeggen dat deze te laag zijn; Sterker nog, ze zitten misschien wel precies waar ze wezen moeten.

Bij een hartslag hoger dan 80 zouden er zeker alarmbellen af moeten gaan, maar wat kunnen we eraan doen?

Lichaamsbeweging is een voor de hand liggende mogelijkheid.

Ironisch genoeg zorgt het ervoor dat je hart sneller gaat kloppen zodat de rest van de tijd je hart langzamer klopt.

De voordelen voor de volksgezondheid van lichamelijke oefening, vooral voor hart bescherming, worden algemeen geaccepteerd, en onder de vele voorgestelde biologische mechanismen die verantwoordelijk worden gehouden voor dit risicoverlagende effect is het autonome zenuwstelsel regulering van het hart.

Dat is het vermogen van je hersenen om het rust ritme van ons hart te vertragen.

Als je mensen gedurende 12 weken een aerobics conditioning programma laat doen van fietsen, traplopen, en rennen op een loopband, kun je hun hartslag in rust naar beneden brengen van ongeveer 69 tot ongeveer 66, dus een daling van drie slagen per minuut.

Natuurlijk moet je het volhouden; zodra je stopt met trainen gaat je hartslag in rust weer terug omhoog.

Beweging is echter slechts een manier om onze hartslag te vertragen.

De weg naar ons hart kan ook via onze maag.

Wat als je in plaats van drie maanden lichaamsbeweging, drie maanden bonen zou eten?

Een kopje per dag aan bonen, kikkererwten of linzen.

Het eerste gerandomiseerde gecontroleerde onderzoek met bonen voor de behandeling van diabetes.

En inderdaad, met succes verbeterde de bloedsuiker controle verlaagde de A1C niveaus 7,4-6,9, maar dit was ook het eerste onderzoek die het effect van de boonconsumptie op de hartslag onderzocht.

En inderdaad een van de weinige om het effect aan te tonen op de hartslag door middel van een aanpassing in het dieet.

Dit is vooral belangrijk voor diabetic omdat het hebben van een hogere hartslag in rust niet alleen het risico verhoogt om te overlijden net als iedereen, maar ook een groter risico lijkt te voorspellen op diabetische complicaties, zoals schade aan de zenuwen en ogen.

Dus hoe deden de bonen het?

Een daling van 3.4 hartslagen- ongeveer net zoveel als de 250 uur op de loopband.

We weten niet zeker waarom bonen net zo krachtig zijn als lichaamsbeweging in het terugdringen van je hartslag in rust.

Naast de potentiële directe gunstige effecten van alle goede dingen in peulvruchten, is er mogelijk ook sprake van een verschuivingswaarde door het verminderen van bepaalde voedingsmiddelen met dierlijke eiwitten en in plaats daarvan zo veel bonen te eten.

Hoe dan ook, we zouden het eten van peulvruchten moeten overwegen voor onze hartslag.

Meer lezen
Darren van Es Darren van Es

Moet Iedereen Aspirine Innemen om Kanker te Voorkomen?

Moet Iedereen Aspirine Innemen om Kanker te Voorkomen?

Bij mensen die geen persoonlijke geschiedenis van hart- en vaatziekten hebben, wegen de risico's van aspirine wellicht zwaarder dan de voordelen, maar aspirine kan ook extra voordelen hebben.

We hebben de preventieve rol van dagelijks aspirine gebruik lange tijd erkend voor patiënten met hart-en vaatziekten; echter, nu blijkt dat we twee vliegen in één klap kunnen vangen.

Dagelijkse lage dosis aspirine kan ook bepaalde vormen van kanker helpen voorkomen.

Bij een analyse van 8 verschillende studies met meer dan 25.000 deelnemers vonden de auteurs een daling van 20% in het risico op overlijden door kanker onder degenen gerandomiseerd tot een dagelijkse aspirine.

Je weet dat de zoektocht naar effectieve en veilige behandelingen voor kanker een enorme en zware uitdaging blijft.

Konden we kanker maar gewoon stoppen in een vroeg stadium—het voorkomen voordat het toeslaat.

Nou, misschien kunnen we dat wel met deze plant fytonutriënt, salicylzuur, wat in aspirine zit.

Hoe beïnvloedt het kanker?

Nou, de Nobelprijs voor Geneeskunde ging naar het team dat ontdekte hoe aspirine werkt.

Enzymen genaamd COX, cyclooxygenase, nemen het pro-inflammatoire omega-6 vetzuur arachidonzuur dat ons lichaam maakt— of we krijgen het rechtstreeks uit onze voeding door voornamelijk kip en eieren, onze enzymen nemen de arachidonzuur en maken er ontstekingsmediatoren van, zoals tromboxaan, wat trombose, stolsels, en prostaglandines produceert, die ontstekingen veroorzaken.

Aspirine onderdrukt deze enzymen echter; dus, minder tromboxaan betekent minder stolsels, en minder prostaglandine betekent minder pijn, zwelling en koorts.

Maar prostaglandines kan ook de lymfevaten in tumoren verwijden, waardoor het toestaat kankercellen te verspreiden.

Dus, een van de manieren waarop kanker ons probeert te doden is door het stimuleren van COX-activiteit.

Dat is een van de manieren waarop we denken dat aspirine kan helpen kanker te voorkomen, door het tegengaan van tumor pogingen om de lymfatische staven open te wrikken en zich door het lichaam te verspreiden, want de vermindering van sterfte door sommige kankers traden binnen 2 tot 3 jaar na aspirine gestart was op.

Dat lijkt een te vlugge verklaring om toe te schrijven, voor een effect dat enkel op het ontstaan ​​van kanker gericht is.

Het kan tientallen jaren duren voor kanker om te ontwikkelen; dus, de enige manier waarop aspirine ons zo snel kan redden is door het onderdrukken van de groei en verspreiding van tumoren die al bestaan.

Aspirine bleek de kans op metastasen te halveren, met name voor adenocarcinomen, zoals colonkanker.

Dus nu, hoe zit het met iedereen die dagelijks een aspirientje inneemt?

Eerdere risico-/baten-analyses hielden geen rekening met de effecten van aspirine op kanker, in plaats daarvan werd gekeken naar cardiovasculaire voordelen met risico's op bloedingen.

Maar deze nieuwe bevindingen over kanker kunnen dingen veranderen.

Als dit slechts een vermindering van het risico op darmkanker was, dan zouden de voordelen wellicht niet kunnen opwegen tegen de risico's voor de mensen, maar nu hebben we het bewijs dat het ook bij andere vormen van kanker werkt.

Zelfs bij een 10% vermindering van het totaal aantal kankergevallen kunnen de voordelen zwaarder wegen ten opzichte van de risico's.

Hoe staat het wat betreft voordelen bij kanker?

Zoals we eerder zagen, heeft het gebruik van aspirine voor cardiovasculaire bescherming bij gezonde mensen totaal geen nut.

Daarentegen, zou de kanker preventie ratio's twee keer zo veel levens kunnen redden; en dus wegen de voordelen wellicht op tegen de risico's.

Als je het allemaal bij elkaar optelt, hartaanvallen, beroertes, kanker en bloedingen, lijkt aspirine in het algemeen een beschermende rol te spelen, en is het mogelijk dat het onze levensduur verlengd.

Ja, een hoger risico op grote bloedingen, zelfs bij een lage dosis aspirine, maar minder hartaanvallen, stolling beroertes, en kanker; en dus kan aspirine over het algemeen heilzaam zijn.

Let op, de leeftijdscategorieën hiervan lopen echter alleen op tot 74 jaar oud.

Dat komt omdat het risico op bloedingen bij gebruik van aspirine sterk toeneemt met leeftijd; en zo kan de balans voordelen/nadelen weer naar de keerzijde gaan.

Maar de data over jongere mensen zorgt ervoor dat de onderzoeksgemeenschap opgewonden is.

Het groeiende bewijs van aspirine's bescherming tegen kanker benadrukt een spannende tijd voor de preventie van kanker.

In het licht van het vermogen van een lage dosis aspirine om de sterfte te verminderen bij zowel vasculaire en kanker gevallen tot een zeer opmerkelijke gradatie, is het verleidelijk om bijna iedereen een lage dosis aspirine aan te raden.

Echter, aspirine pillen, zelfs bij lage doses, hebben een neiging om het slijmvlies van onze maag en darmen te beschadigen, en het risico op gastrointestinale bloedingen te vergroten; dit feit kan gezondheidsautoriteiten beperken om aspirine aan te bevelen aan de mensen.

Recente meta-analyses schatten in dat slechts een enkel jaar van lage dosis aspirine-therapie groot gastro-intestinale bloeden zal induceren in 1 op de 833 mensen.

Was er maar een manier om de voordelen zonder de risico's te krijgen.

Zij die deze video herinneren, weten het antwoord al.

De aspirine fytonutriënt wordt niet alleen gevonden in de wilgen, maar in het gehele plantenrijk.

Dit verklaart waarom de werkzame stof in aspirine normaliter zelfs in de bloedstroom van mensen wordt gevonden die geen aspirine innemen.

Hier is het niveau van aspirine bij mensen die fruit en groenten eten, en hier is het niveau van degenen die dat niet doen.

Dan, drink slechts een fruit smoothie, en binnen een uur en een half stijgt het niveau.

Maar, zoals je kunt zien, is één smoothie niet voldoende; je moet regelmatig dagelijkse groente- en fruitconsumptie eten.

Zijn dit soort aspirine niveaus voldoende om de expressie te onderdrukken van dat inflammatoire enzym dat betrokken is bij de groei en verspreiding van kanker?

Met behulp van navelstrengen en voorhuid cellen—waar anders ga je menselijk weefsel vandaan halen?—vonden ze dat zelfs die lage niveaus veroorzaakt door smoothie consumptive de uitdrukking van dat inflammatoire enzym aanzienlijk onderdrukte, op een genetisch niveau.

Nou, als deze aspirine fytonutriënt gemaakt is door planten, zouden we kunnen verwachten dat planteneters hogere levels hebben, en inderdaad, niet alleen hebben ze hogere bloedspiegels gevonden bij vegetariërs, er was een overlap met mensen die aspirine pillen innamen.

Sommige vegetariërs hadden hetzelfde niveau in hun bloed als mensen die daadwerkelijk aspirine innamen.

Vegetariërs plassen net zoveel van de actieve metaboliet van aspirine uit als aspirine gebruikers, alleen maar omdat ze zoveel groenten en fruit eten.

Omdat de anti-inflammatoire werking van aspirine waarschijnlijk het gevolg is van deze werkzame stof in aspirine, salicylzuur, en de concentraties van salicylzuur gezien in vegetariërs hebben aangetoond dát inflammatoire COX-enzym in vitro te remmen, is het aannemelijk dat de salicylaten uit voeding kunnen bijdragen aan de gunstige effecten van een vegetarisch dieet, al lijkt het onwaarschijnlijk dat de meeste alleseters voldoende salicylaten uit voeding kunnen bereiken om een therapeutisch effect te hebben.

Ze kunnen zeker ook meer fruit en groenten eten.

Met, in effect, al die aspirine door hun systemen stromend, zouden planteneters zeer hoge gehaltes maagzweren moeten hebben, toch?

Aspirine kan gewoon door onze darmen heen kauwen.

Maar nee, vegetariërs blijken een significant lager risico op maagzweren te hebben, bij zowel mannen als vrouwen.

Dus, voor de gemiddelde mens, door het eten van planten in plaats van het innemen van aspirine, kunnen we wellicht niet alleen de voordelen zonder de risico's krijgen, we krijgen de voordelen—met voordelen!

Hoe is dat mogelijk?

Omdat de salicylzuur in planten van nature voorverpakt komen met darm-beschermende voedingsstoffen.

Bijvoorbeeld, stikstofoxide uit nitraten door voeding oefent maag beschermende effecten uit door het stimuleren van de bloedstroom en beschermende slijmproductie in het slijmvlies van de maag, effecten die aantoonbaar tegen de pro-ulceratieve invloed van aspirine ingaan.

Donkergroene bladgroenten behoren tot de rijkste voedingsbronnen van nitraat, maar natuurlijk, de onderzoekers gaan verder met het zeggen dat

"Aangezien het niet realistisch is om te verwachten dat mensen elke dag voldoende porties" groene bladgroenten "eten," moeten we mensen gewoon pillen met hun pillen geven, toch? Nitraat pillen met hun aspirine pillen.

Maar waarom niet gewoon onze groene bladgroenten eten?

Mensen die een hartinfarct hebben gehad zouden het advies van hun arts moeten volgen, wat waarschijnlijk ook betekent om elke dag aspirine in te nemen, maar hoe zit het met alle andere mensen?

Ik denk dat iedereen aspirine moet innemen—maar, doormiddel van voeding, niet in pilvorm.

Meer lezen
Darren van Es Darren van Es

Vitamine D-supplementen innemen om vallen bij ouderen te voorkomen?

Vitamine D-supplementen innemen om vallen bij ouderen te voorkomen?

We weten al meer dan 400 jaar dat spierzwakte een veel voorkomend symptoom is van een tekort aan vitamine D.

Botten zijn niet de enige organen die reageren op vitamine D; spieren doen dat ook.

Maar als we ouder worden, verliezen onze spieren receptoren voor vitamine D, wat misschien verklaart waarom we spierkracht verliezen als we ouder worden.

En inderdaad, de vitamine D-status lijkt een voorspeller van de afname van de fysieke prestaties naarmate we ouder worden, waarbij een lager vitamine D-gehalte gelinkt is aan slechtere prestatie.

Maar misschien is het niet de vitamine D die de zwakte veroorzaakte, misschien is het wel de zwakte die de lagere vitamine D veroorzaakte.

Vitamine D is de zonnevitamine; en als je dus te zwak bent om buiten rond te lopen, zou dat een verklaring kunnen zijn voor de lagere vitamine D.

Om te zien of er sprake is van oorzaak en gevolg moet je het testen.

Er is al zo'n dozijn aan gerandomiseerde gecontroleerde studies: vitamine D-supplementen versus suikerpillen.

Uit alle studies samen blijkt dat oudere mannen en vrouwen inderdaad met vitamine D aanzienlijk beter beschermd zijn tegen vallen, vooral bij degenen die beginnen met een relatief laag gehalte, wat de conservatieve USPSTF ertoe bracht, de taskforce voor preventie in de VS, het officiële orgaan dat preventierichtsnoeren opstelt, en de Amerikaanse vereniging voor geriatrie, vitamine D-suppletie aan te bevelen voor degenen met een hoog risico op valpartijen.

Echter, we weten niet precies hoe het werkt.

Gerandomiseerde, gecontroleerde studies hebben aangetoond dat vitamine D de algehele spierkracht verbetert, vooral in de dijbeenspieren, die van belang zijn om vallen te voorkomen, alhoewel van vitamine D-supplementen ook is aangetoond dat ze het evenwicht verbeteren.

Er kan dus ook sprake zijn van een neurologisch effect, of zelfs een cognitief effect.

We weten al zo'n 20 jaar dat oudere mannen en vrouwen die ophouden met lopen als ze beginnen te praten een bijzonder groot risico hebben om te vallen.

Over een periode van 6 maanden kwamen maar een paar van hen die konden lopen en praten tegelijk ten val, maar 80% van degenen die ophielden met lopen als ze begonnen te praten, kwamen uiteindelijk ten val.

Andere risicogroepen die een vitaminesupplement zouden moeten nemen, zijn degenen die al eens zijn gevallen, of die onvast ter been zijn of allerlei geneesmiddelen voor het hart, de hersenen of de bloeddruk nemen, waardoor het risico op vallen groter is.

Er is ook een test, "sta op en loop" genaamd, die iedereen thuis kan doen.

Je neemt op hoe lang het duurt om op te staan uit een leunstoel, 3 meter te lopen, om te keren, terug te lopen en weer te gaan zitten.

Als je daar langer over doet dan 10 seconden, zit je wellicht in de gevarenzone.

Hoeveel vitamine D moet je dan nemen?

Het schijnt dat je ten minste 700 tot 1000 eenheden per dag moet innemen.

De Amerikaanse vereniging voor geriatrie beveelt aan in totaal 4000 per dag te nemen, maar dat is gebaseerd op de gedachte dat daarmee 90% van de mensen het vereiste minimum binnenkrijgt van 75 nanomol vitamine D per liter in het bloed.

Om dit gehalte te bereiken bij 51% van de mensen, is 1000 genoeg, maar ze raden 4000 aan zodat 92% van de bevolking dit gehalte bereikt.

Dan hoeven er geen routinetesten te worden uitgevoerd, omdat de meeste mensen het gewenste gehalte halen, en het zit ruim onder de voorgestelde maximale dosis van 10.000 per dag.

Periodieke megadoses raden ze niet aan.

Als het moeilijk is om te zorgen dat patiënten hun pillen blijven innemen geef mensen dan gewoon een megadosis, bijvoorbeeld 500.000 eenheden eenmaal per jaar, als ze toch al bij de dokter zijn voor de griepprik ofzo?

Daarmee is elk jaar in ieder geval gegarandeerd dat iedereen een jaarlijkse piek in vitamine D krijgt, die een paar maanden aanhoudt.

Het is onnatuurlijk, maar wel handig, voor de dokter althans.

Het probleem is dat dit in feite het risico op vallen vergroot, er zijn 30% meer valpartijen in die eerste drie maanden van de piek.

Er kwamen vergelijkbare resultaten uit andere tests met mega-doses.

Het zou wel eens te veel van het goede kunnen zijn.

Weet je, vitamine D kan fysieke prestaties verbeteren, chronische pijn verminderen en je stemming verbeteren, zodat je meer gaat bewegen en daardoor een hoger risico op vallen hebt.

Je geeft mensen een flinke dosis D, en krijgt een fikse verbetering in lichamelijk, geestelijk en sociaal functioneren, maar het kan een tijdje duren voordat je motorische controle ook is verbeterd nadat je spieren beter functioneren.

Vergelijk het met dat iemand opeens een sportauto krijgt terwijl 'ie tot nu toe gewend was een oud wrak te rijden.

Dan moet je het rustig aan doen.

Het is evenwel ook mogelijk dat zulke onnatuurlijk hoge doses de spieren zelfs beschadigen.

Het bewijs dat daarvoor aangehaald wordt ter ondersteuning, is een rapport van de vleesindustrie, wat aantoont dat vlees malser kan worden gemaakt door vleesstieren een paar miljoen eenheden vitamine D te voeren; gevreesd wordt dus dat zulke hoge doses onze eigen spieren ook wel eens te mals zouden kunnen maken.

Dus ja, een hoger gehalte vitamine D wordt in verband gebracht met een hogere daling van het risico op botbreuken, maar te veel vitamine D kan schadelijk zijn.

Het komt erop neer dat vitamine D-suppletie lijkt te helpen, maar het sterkste en meest consistente bewijs om ernstige valpartijen te voorkomen, is lichaamsbeweging.

Als je de twee vergelijkt, ja, dan zou je vitamine D kunnen innemen om het risico op vallen te verlagen, in vergelijking met placebo, maar krachttraining en evenwichtsoefeningen, met of zonder vitamine D, zouden zelfs nog beter kunnen werken.

Meer lezen
Darren van Es Darren van Es

Moeten Zwangere Vrouwen & Vrouwen Die Borstvoeding Geven DHA nemen?

Moeten Zwangere Vrouwen & Vrouwen Die Borstvoeding Geven DHA nemen?

Eén van de redenen dat zuigelingen een betere cognitieve en visuele ontwikkeling hebben is omdat moedermelk meervoudig onverzadigde vetzuren met lange ketens bevat zoals omega-3 DHA, terwijl flesvoeding dit meestal niet bevat, dit is gebaseerd op data waarbij zuigelingen die een controlevoeding zonder DHA werden gegeven het niet zo goed deden als degenen met de DHA-verrijkte voeding.

Beide groepen deden het echter minder goed dan de zuigelingen die borstvoeding kregen, die dienst doen als de gouden standaard.

Echter was dit niet genoeg om fabrikanten te overtuigen om DHA toe te voegen aan hun flesvoeding in 2002.

In plaats hiervan stelde men de vraag hoeveel toe te voegen.

Makkelijk, toch? Voeg evenveel toe als er van nature in moedermelk zit.

Echter, is het DHA-niveau in de moedermelk zeer variabel, afhankelijk van wat de moeder eet.

Zo zijn er gezonde populaties die geen vis eten, en hierdoor een veel lagere DHA niveau in hun melk hebben maar toch gezond lijken, wat het moeilijk maakt om de optimale hoeveelheid DHA te bepalen.

Of hoeveel aan te bevelen aan zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven.

Richtlijnen raden vrouwen de consumptie van gemiddeld 200 mg DHA per dag aan tijdens de zwangerschap.

Natuurlijk kan je niet simpelweg vrouwen stimuleren om meer vis te eten vanwege de aanwezigheid van giftige stoffen zoals kwik, waardoor de meeste vissen, zoals tonijn, hersenschade veroorzaken door het kwik en het voordeel van DHA tenietgaat.

En sommige verontreinigende stoffen zoals PCB's kunnen in ons lichaam vast komen te zitten voor tientallen Jaren dus is het niet genoeg om je aan een dieet te houden tijdens de zwangerschap.

Hoe zit het met gezuiverde visolie?

De methodes die supplementenmakers gebruiken, zoals destillatie, laten aanzienlijke hoeveelheden PCB's en andere verontreinigende stoffen in de producten, zelfs zoveel dat de voorgeschreven hoeveelheden zalm, haring, tonijn en oliën de aanvaardbare dagelijkse inname van toxiciteit overschrijden.

Gelukkig kan men de voordelen krijgen zonder de risico's door het binnenkrijgen van DHA via algen, zoals vissen dit doen, op deze manier kunnen zwangere vrouwen en moeders de tussenvis weglaten en DHA rechtstreeks binnenkrijgen: onderaan de voedselketen zodat we ons geen zorgen hoeven te maken over giftige stoffen.

Maar tot voor kort dachten we dat iedereen deze lange keten omega 3's moest nemen voor hun hart.

Maar de balans van gegevens is nu zodanig dat artsen niet langer visolie zouden mogen aanbevelen evenals de consumptie van vis om hart-en vaatziekten te voorkomen.

Maar hoe zit het met aanstaande moeders en moeders die borstvoeding geven?

Wat zeggen de recente studies?

Alle studies bij elkaar zeggen dat het toevoegen van DHA aan flesvoeding toch niet bijdraagt aan de cognitieve ontwikkeling van baby's, vergelijkbaar met recente verzamelingen van bewijzen die geen significant voordeel aantoonden.

Inderdaad, ten minste vier meta-analyses of systematische reviews kwamen tot een vergelijkbare conclusie.

Deze werden meestal gebaseerd op een reeks standaardmetingen bekend als de Bayley Scales voor de ontwikkeling van baby's.

Misschien geven andere tests verschillende resultaten weer?

Maar tot nu toe, geen geluk.

Het geven van DHA-supplementen aan vrouwen tijdens de zwangerschap lijkt niet te helpen ook niet op andere parameters zoals aandachtsspanne of werkgeheugen.

Hoewel het misschien geen significante voordelen biedt voor de cognitieve ontwikkeling van baby's, hoe zit het met andere zaken, zoals het zicht?

Zes supplement-proeven zijn tot op heden uitgevoerd met zwangere vrouwen.

Vier hadden geen effect en de twee die wel voordeel toonden zaten met problemen.

En dus weten we het niet echt.

Maar hee, als sommige onderzoeken geen effect en andere een voordeel aantonen, waarom niet gewoon het zekere voor het onzekere nemen?

Ja, geen aantoonbare duidelijke en consistente voordelen, maar er worden constant nieuwe studies gepubliceerd.

Als het toch onschadelijk is, misschien kunnen vrouwen het innemen om op veilig te spelen.

Het probleem hierbij is dat grote doseringen niet ongevaarlijk zijn.

In een studie waarbij vrouwen dagelijks maar liefst 800 mg DHA toegediend werden tijdens de zwangerschap, hadden dochters die blootgesteld waren aan een hogere dosis DHA in de baarmoeder lagere scores op taal en meer kans op een vertraagde taalontwikkeling dan dochters van vrouwen in de controlegroep.

Dus het ontbreken van duidelijke positieve effecten, samen met de mogelijke aanwezigheid van negatieve effecten bij kinderen, roept de vraag op of DHA suppletie gerechtvaardigd is.

Echter was dit een grote dosis, wat erop wijst dat er een optimale DHA-niveau kan bestaan, waaronder en waarboven DHA schadelijk kan zijn voor de zich ontwikkelende hersenen.

Dus te veel is misschien schadelijk. Maar hoe zit het met te weinig?

Dit zal ik hierna bespreken.

Meer lezen
Darren van Es Darren van Es

De zoutgewoonte afschudden

De zoutgewoonte afschudden

De twee meest prominente voedingsrisico's voor overlijden en invaliditeit in de wereld zijn het eten van te weinig fruit fruit en te veel zout.

Het te weinig eten van fruit doodt jaarlijks bijna vijf miljoen mensen en het te veel eten van zout doodt vier miljoen mensen.

We kunnen hiertegen drie dingen doen.

Onze zoutinname verlagen.

Door ten eerste: Geen zout toe te voegen als we aan tafel zitten.

Een derde van ons voegt zout toe aan eten vooraleer te proeven!

Ten tweede: Geen zout toevoegen bij het koken.

In eerste instantie zal het eten flauw smaken.

Maar na twee tot vier weken zal de gevoeligheid van de smaakreceptoren in de mond toenemen voor de smaak van zout in gebruikelijke concentraties.

Geloof het of niet, maar na twee weken, zal u de smaak verkiezen van voedsel met minder zout.

U kunt ook andere smaakmakers gebruiken in plaats van zout zoals peper, ui, knoflook, tomaat, paprika, basilicum, peterselie, tijm, selderij, koriander, chili, brandnetel, rozemarijn, rookaroma, curry, koriander en citroen.

Zelfs als je zout zou toevoegen is dit waarschijnlijk beter dan uit eten gaan waarbij zelfs in een gemiddeld restaurant, er wordt overdreven met zout.

En ten laatste: vermijd bewerkte voedingsmiddelen waaraan zout is toegevoegd.

In de meeste landen komt slechts de helft van de zoutinname uit bewerkte voedingsmiddelen, dus is er meer persoonlijke verantwoordelijkheid.

Maar in de VS, als we volledig stoppen met het toevoegen van zout in de keuken en eetkamer zal dit de zoutinname slechts een fractie doen dalen.

Dit heeft volksgezondheid respondenten ertoe aangezet op te merken hoe uitdagend het is voor iedereen om zoutinname te verminderen omdat we weinig vat hebben op veel van onze inname.

Maar is dit wel zo?

We hoeven al deze bewerkte voedingsmiddelen niet te kopen.

We kunnen ervoor kiezen om de gezondheid van onze familie niet over te laten aan voedingsbedrijven die misschien niet het beste met ons voor hebben.

Als we bewerkte voedingsmiddelen kopen zijn er twee zaken waar we op kunnen letten.

Koop enkel voedsel met minder miligram natrium dan het aantal gram portie dat op het etiket vermeld staat.

Dus bij een 100 gram portie, moet het minder dan 100 mg natrium bevatten.

Of u kunt kijken of het minder milligram natrium dan aantal calorieën bevat.

In dit voorbeeld bevat het 720 mg natrium en 260 calorieën.

720 is groter dan 260, dus is dit te veel natrium.

Deze truc heb ik geleerd van één van mijn favoriete diëtisten,

Jeff Novick.

Het werkt omdat de meeste mensen ongeveer 2.200 calorieën per dag binnenkrijgen, dus als alles wat je eet meer calorieën bevat dan natrium dan krijg je alvast minder dan 2.300 milligram natrium binnen, wat de bovengrens is voor gezonde mensen onder 50 jaar.

Uiteraard hebben de gezondste voedingsmiddelen helemaal geen etiket.

We kunnen zoveel mogelijk verse levensmiddelen kopen omdat het bijna onmogelijk is dat een ​​dieet uit onbewerkte natuurlijke voedingsmiddelen de strikte American Heart Association richtlijnen voor natrium vermindering overschrijdt.

Meer lezen
Darren van Es Darren van Es

De veiligste bron van B12

De veiligste bron van B12

Wat is de beste manier om vitamine B12 binnen te krijgen?

B12 wordt niet door planten gemaakt en ook niet door dieren.

Het wordt gemaakt door bepaalde bacteriën, waarvan sommigen zitten in de darmen van dieren, waarvan mensen eten en drinken.

Maar dat is niet de beste bron, vanwege de bagage die erbij hoort.

Net zoals we het ijzer in vlees niet kunnen krijgen zonder het verzadigde vet, het eiwit in varkensvlees zonder reuzel, de calcium in zuivel zonder hormonen, kunnen we de B12 in dieren niet krijgen, zonder de dingen die we niet willen, zoals cholesterol.

Bijvoorbeeld, om 47 microgram B12 uit eieren te krijgen, moeten we, omdat de absorptiegraad zo laag is, letterlijk honderden roereieren per dag eten.

Tweehonderd tot vierhonderd eieren per dag.

Weet je hoeveel cholesterol daarin zit?

Als je alle B12 uit eieren wilt halen, consumeer je 69.000 milligram cholesterol, iedere dag ongeveer je quotum voor een heel jaar.

In kippen zitten bacteriën en de bacteriën maken B12.

Een beetje van die B12 komt terecht in de kip en vandaar in het ei.

Maar dat geldt ook voor de cholesterol.

Er moet een betere manier zijn.

Waarom maken de bacteriën in onze darmen geen B12?

Dat doen ze wel, maar het is te ver stroomafwaarts om geabsorbeerd te worden.

In één van de minder smakelijke maar geniale experimenten in het vakgebied, beschreef Dr. Callender dat de bacteriën in de menselijke darmen enorme hoeveelheden B12 maken.

Hoewel de B12 niet wordt geabsorbeerd door de darmen, is het wel actief.

Hoe we dat weten?

Ze vond veganistische vrijwilligers met een B12-deficiëntie, verzamelde 24 uur lang hun uitwerpselen en toen... je raadt het al: eet smakelijk.

En het werkte, ze waren genezen.

Dat zijn pas hardcore veganisten.

Er moet toch een betere manier zijn.

En gelukkig is die er: verrijkte voedingsmiddelen en supplementen.

Niet alleen het veiligst, maar ook het meest effectief.

In het 'US Framingham Nageslacht Onderzoek' had 1 op de 6 vleeseteres, in de leeftijd tussen 26 en 83 een vitamine B12-deficiëntie.

De mensen met de hoogste B12-niveaus, waren niet degenen die de meeste dierlijke producten aten.

Maar degenen die supplementen namen en de meeste met B12 verrijkte ontbijtgranen aten.

Meer lezen
Darren van Es Darren van Es

Onderzoek naar de Gezondheidseffecten van Marihuana

Onderzoek naar de Gezondheidseffecten van Marihuana

Waarom is er zo'n gebrek aan rigoreus onderzoek naar de effecten van marihuana?

De eerste grote studie werd pas gepubliceerd in 2007.

Waarom duurde het zo lang?

Waarom toonde de farmaceutische industrie geen interesse?

Sommigen geven misschien de voorkeur aan een simpel antwoord: omdat het gewoon een plant is, kan het niet gepatenteerd worden voor uw aandeelhouders, dus is er weinig animo voor bedrijfsfondsen om te investeren.

Ja, maar het is meer ingewikkeld dan dat.

Er zijn onderzoeksfondsen beschikbaar, honderd miljoen dollar aan overheidsgeld in een enkel jaar, maar historisch gezien was dat geld over het algemeen alleen verkrijgbaar voor onderzoek op de negatieve effecten.

Kijk, in de VS, is cannabis samen met heroïne gecategoriseerd als Schedule 1-medicijn, wat per definitie betekent dat het volgens de overheid geen medische waarde heeft.

Deze categorisatie leidde tot een bijna stopzetting van wetenschappelijk onderzoek, vooral sinds de enige manier waarop onderzoekers het zouden kunnen krijgen zonder gevangenisstraf te riskeren is via een door de staat gerunde boerderij in Mississippi, gecontroleerd door het Nationaal Instituut voor Drugsmisbruik, die historisch alleen toestemming gaf voor onderzoek gericht op het aantonen van schadelijke effecten.

Bewoners van 23 staten kunnen uitgaan en het gewoon kopen, maar Amerikaanse wetenschappers moeten door stapels papierwerk waden en zelfs als ze het wel krijgen, dan is het het verkeerde spul.

Het is niet wat mensen vandaag eigenlijk gebruiken.

De studies die uitkomen, zijn gedaan op de wiet van je oma, een paar procent THC, terwijl de marihuana die tegenwoordig beschikbaar is 10 keer sterker kan zijn.

Dus, nu heb je deze rare patstelling waar de cannabis die moet worden bestudeerd illegaal is en de cannabis die wettelijk kan worden bestudeerd -de decennia oude Mississippi stam-hoofdzakelijk buiten beschouwing wordt gelaten.

Dus, slecht geïnformeerde onderzoekers hebben geen andere keuze dan te kijken naar anekdotes van het internet, net zoals iedereen en dat leidt tot slechte geneeskunde.

Zolang klinisch onderzoek naar cannabis wordt geregeld door toezichthouders die bij voorbaat tegen het gebruik van cannabis zijn, dan lopen we wellicht de potentiële voordelen mis.

Dat is echter geen excuus.

Het feit dat er politieke barrières zijn voor onderzoek, betekent niet dat we onze meetlat moeten verlagen in termen van veeleisend bewijs.

De zieken hebben nog steeds medisch correcte behandelingen nodig.

Natuurlijk, nu is er druk die van beide kanten komt.

De marihuana-industrie is nu een zaak van miljarden, en met dat geld kunnen de troepen verzameld worden.

Cannabis-onderzoekers melden al dat ze gebombardeerd worden met e-mails van procannabis groepen als ze het aandurven om negatieve opmerkingen over het medicijn te maken.

"Marijuana-onderzoek is vergelijkbaar met tabaksonderzoek in de jaren 60," zegt een onderzoeker van de Universiteit van Colorado.

Dus nu bestaat er angst dat het groot geld de slinger te ver naar de andere kant laat zwaaien.

Maar de belemmeringen gaan verder dan geld en politiek en vooroordelen.

Het is moeilijk om Cannabis onderzoek te doen.

Hoe doe je een dubbelblinde studie met marihuana?

Mensen weten wanneer ze in de maling worden genomen met placebo-wiet.

Mensen kunnen het verschil merken tussen space cake en gewone brownies; anders zouden ze het niet eten.

Dus als je weet dat je het actieve geneesmiddel krijgt, dan kan het placebo-effect hard toeslaan, merkt een neurobiologische onderzoeker op, vooral als het om subjectieve resultaten gaat zoals pijn of stemming.

En stel je voor dat je een bevolkingsonderzoek naar het geheugen probeert te doen of naar cognitieve beperking, en u vraagt ​​zware wietrokers om te herinneren hoeveel ze hebben gerookt gedurende hun leven.

U kunt zich voorstellen wat dat betekent voor de "Invloed op de nauwkeurigheid van de gegevens."

Laat me je een voorbeeld geven hoe gecompliceerd dit kan worden.

Neuropsychologisch onderzoek van cannabisgebruikers hebben residuele negatieve effecten gevonden, wat betreft het iets lager scoren op geheugentests.

Maar hoe weten we dat het niet een kwestie is van motivatie, in plaats van daadwerkelijke cognitieve stoornissen.

Dat was nog nooit getest, tot deze studie.

Ze gaven een groep wietfannaten een standaard leertest en gaf gewoon het standaard verhaal:

"Voltooi alstublieft de volgende reeks van taken die verschillende cognitiegebieden meten, zoals geheugen en aandacht. "

Dat zou je normaal gesproken zeggen en als je dat doet, dan scoren wietrokers aanzienlijk slechter.

Ah, maar wat als je in plaats daarvan zei:

"Voltooi alstublieft de volgende reeks taken.

Het is belangrijk dat je je best doet op deze taken, omdat dit onderzoek gebruikt zal worden om wetgeving over marihuanabeleid te ondersteunen. "

Dus, hey, als je het goed doet, zouden ze wiet weleens kunnen decriminaliseren, of zoiets.

En onder die omstandigheden, boom, verdwijnt de schijnbare cognitieve beperking.

Nu zou je kunnen stellen dat gebrek aan motivatie op zichzelf een probleem is.

Maar, hey, dat is beter dan het hebben van langdurige hersenbeschadiging.

Meer lezen
Darren van Es Darren van Es

R0 en incubatieperioden - hoe andere coronavirusuitbraken werden gestopt

R0 en incubatieperioden - hoe andere coronavirusuitbraken werden gestopt

Ik heb het gehad over de opkomst van andere dodelijke coronavirusuitbraken zoals SARS en MERS.

Hoe hebben we ze onder controle kunnen krijgen?

MERS kon worden gestopt vanwege het relatief lage "basis reproductienummer", afgekort als R met een klein subscript nul.

(Dat is de R niets waar je misschien van hebt gehoord.)

De reden dat ze het 't reproductienummer noemen, is omdat het concept teruggaat naar de studie van de groei van de menselijke bevolking, zoals het aantal dochters dat elke vrouw gemiddeld had.

Maar bij infectieziekten vertegenwoordigt het 't aantal mensen waarop een enkele geïnfecteerde persoon naar verwachting de ziekte op zal overdragen in een vatbare  populatie, dus R niets is een maat voor hoe besmettelijk een nieuwe ziekteverwekker is.

Voor het MERS coronavirus, het Middle East Respiratory Syndrome virus, was de R0 slechts ongeveer 1, dus elke MERS-patiënt droeg de ziekte op slechts  één andere persoon over.

Je kunt je voorstellen hoeveel makkelijker zo'n ziekte kan worden gestopt vergeleken met een virus dat zich exponentieel kan verspreiden; virussen zoals de SARS of COVID-19 coronavirussen, met een R0 van 2 of hoger.

In het geval van een virus met een R0 van 2 bijvoorbeeld, tenzij gestopt, kan één geïnfecteerde persoon er twee worden, dan vier, dan acht, enzovoort.

Het coronavirus dat COVID-19 veroorzaakt, is mogelijk inderdaad beter in staat vast te houden aan receptoren in de menselijke luchtwegen dan het coronavirus dat SARS veroorzaakt en ook repliceert het beter in de bovenste luchtwegen dan SARS, maar de belangrijkste reden:

er waren meer gevallen van COVID-19 in de eerste maand nadat 't was gemeld dan SARS ooit heeft veroorzaakt, draait minder om hoe besmettelijk het is en meer om wanneer het besmettelijk is.

De drie kenmerken van microben die de meeste kans op pandemieën geven, zijn nieuwigheid, een nieuwe ziekteverwekker, dus er is geen reeds bestaande immuniteit; ademhalingsverspreiding (ik bedoel longontsteking is de vierde van 's mensens belangrijkste doodsoorzaken, zelfs buiten een pandemie); en het derde kenmerk voor een optimaal pandemisch potentieel... overdracht vóór aanvang van de symptomen.

De laatste vier pandemieën van luchtwegaandoeningen werden veroorzaakt door nieuwe griepvirussen, afkomstig van vogelgriep en varkensgriepvirussen, die allemaal aan alle drie die criteria voldoen.

SARS werd echter niet als een pandemie beschouwd, ondanks verspreiding naar 29 landen en regio's.

Waarom beschouwde de WHO SARS slechts als een "internationale noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid" en hoe waren we in staat het binnen een paar maanden te stoppen na slechts ongeveer 8000 gevallen en 800 doden?

Het was een gloednieuw virus, verspreid via ademhalingsdruppeltjes, maar SARS miste het derde  noodzakelijke kenmerk: aanzienlijke verspreiding voordat symptomen optreden.

Voor SARS is de gemiddelde incubatietijd —de tijd tussen het voor het eerst ongewild besmet raken na blootstelling aan het virus en voor het eerst symptomen ervaren — ongeveer vijf dagen,  vergelijkbaar met COVID-19.

Maar het duurde nog zes tot elf dagen voor het SARS-virus volledig aanwezig was in secretie uit  de bovenste luchtwegen, gehoest of geniesd van de ene persoon naar de andere.

Dus zelfs na aanvang ziekte waren patiënten met SARS niet erg besmettelijk in de eerste vijf dagen  of zo van de ziekte.

Omdat virale lading ongeveer tien dagen nadat mensen zich ziek begonnen te voelen piekte,  nadat ze wisten dat ze het hadden, kun je snappen hoe de overdracht van mens op mens kon worden gestopt als patiënten vanaf de eerste paar dagen na het begin van de symptomen konden worden geïsoleerd.

En dat is precies wat er gebeurde.

Met een enorme internationale inspanning onder leiding van de WHO kon men alle gevallen identificeren aan de hand van hun symptomen, de patiënten isoleren en al hun contacten traceren.

Zo konden we de pokken ook effectief van de planeet wegvagen met een vaccin op dezelfde manier.

Pokken was ook pas besmettelijk nadat je wist wie het had.

Dus hielp koortsonderzoek op luchthavens de wereldwijde verspreiding van SARS stoppen.

Pas nadat de symptomen begonnen werd je bijzonder besmettelijk en 100% van de SARS-patiënten kreeg koorts.

In zekere zin was SARS een ziekte die ontworpen was om gestopt te worden.

Bij MERS werd 98% van de patiënten koortsig.

In 't geval van COVID-19 echter, vertoonde maar liefst 36% — meer dan 1 op 3 —geen koorts bij 't begin van de symptomen, en, nog erger, patiënten kunnen besmettelijk zijn tijdens de incubatietijd, zonder enige symptomen.

In feite bleek de virale lading bij een asymptomatische patiënt met COVID-19 vergelijkbaar met die van symptomatische patiënten; maar liefst 15 miljoen virale kopieën binnen elke kwart theelepel snot.

Dezelfde hoeveelheid virus in symptomatische snot - van iemand afgenomen die net ziek is geworden - vergeleken met asymptomatische snot.

Je spuugt net zoveel virus uit voordat je ziek wordt.

Met COVID-19 kun je je prima voelen, helemaal geen symptomen, maar eigenlijk wel de ziekte  hebben en de ziekte verspreiden nog vóór de eerste hoest, voordat je koorts of symptomen krijgt.

Hetzelfde geldt voor griep.

Zo kunnen nieuwe griepvirussen ook pandemieën veroorzaken.

Net als de griep, kun je COVID-19 mogelijk verspreiden voor je weet dat je het hebt,  ook al voel je je prima.

Dat is pas een ziekte die moeilijk te stoppen is.

Om de verspreiding van dat soort ziekte, waar je er niet van op de hoogte bent wie besmettelijk is en wie niet te vertragen, moet je proberen iedereen te isoleren.

Dat is waarom Social Distancing nodig is.

Meer lezen
Darren van Es Darren van Es

Prostaatkanker en biologische koemelk versus amandelmelk

Prostaatkanker en biologische koemelk versus amandelmelk

Er is bezorgdheid geuit over het feit dat koemelk oestrogenen bevat en de groei van hormoongevoelige tumoren kan stimuleren.

Er is bezorgdheid dat de consumptie van zuivelproducten zowel de omzetting van prekankerletsels, ofwel het proces van gemuteerde cellen naar invasieve kanker, bevordert als wel de progressie van hormoonafhankelijke tumoren verhoogt.

Dit was aanvankelijk verondersteld op basis van suggestieve populatieschaal gegevens als deze:

Een 25-voudige toename van prostaatkanker in Japan vanaf de oorlog.

Wat gebeurde er met hun eetgewoonten gedurende die periode?

Een 5, 10, 20-voudige toename in de consumptie van eieren, vlees en zuivel, terwijl de rest van hun eetgewoonten redelijk stabiel bleven.

Maar hun eetgewoonten waren niet de enige grote verandering binnen de Japanse leefstijlen gedurende de tweede helft van de 20ste eeuw.

Tegelijkertijd, ondanks dat landen met hogere zuivelconsumptie vaker te maken hebben met prostaatkankersterfgevallen, ten opzichte van landen met lagere zuivelconsumptie, kan er sprake zijn van honderden verstorende variabelen, maar het prikkelt zeker de belangstelling om de mogelijkheid te onderzoeken.

Deze recente studie vertegenwoordigt het andere uiterste, waarbij zoveel mogelijk factoren gecontroleerd worden.

De prostaatkankercellen werden buiten het lichaam geïsoleerd door ze in een petrischaal te doen en ze direct te besprenkelen met koemelk.

Ze kozen voor biologische koemelk omdat ze het effect van toegevoegde hormonen wilde uitsluiten, en alleen het effect wilden meten van de groei en geslachtshormonen die van nature in koemelk voorkomen.

Ze ontdekte dat koemelk de groei van menselijke prostaatkankercellen stimuleert in elk van de 14 apart uitgevoerde experimenten, wat leidde tot een verhoging van de kankergroei met een gemiddelde toename van meer dan 30%.

In tegenstelling tot amandelmelk die de groei van deze kankercellen met meer dan 30% onderdrukte.

Maar omdat iets in een petrischaal of reageerbuis gebeurt wil dit nog niet zeggen dat hetzelfde gebeurt in een persoon.

Het is enkel suggestief bewijs dat toegepast kan worden om een verzoek in te dienen om geld te krijgen zodat onderzoek naar daadwerkelijke mensen kan worden gedaan.

Er zijn over het algemeen twee manieren om dit te doen:

Aan de hand van retrospectieve studies die terugkijken.

Hierbij worden prostaatkankerpatiënten onderzocht en wordt gekeken wat ze in het verleden hebben gegeten.

En prospectieve studies die vooruit kijken. Hierbij wordt eerst naar mensen hun eetgewoonten gekeken om ze vervolgens voor een paar jaar te volgen en te kijken wie er kanker krijgt.

De terugkijk methode staat bekend onder de naam 'case-controle studie', hierbij kijken ze naar gevallen van kanker en vergelijken ze hun eetgewoonten met een controlegroep, en de vooruitkijkende methode wordt een cohortstudie genoemd omdat ze een groep mensen volgen.

En, als je er echt iets bijzonders van wil maken, dan kan je een zogenaamde meta-analyse uitvoeren, waarbij je de beste onderzoeken die tot nu toe zijn gedaan combineert tot één geheel en kijkt wat de balans van de beschikbare bewijzen laat zien.

Ok, dus hier gaan we.

De laatste meta-analyse van de beste case-control studies ooit gedaan met betrekking tot dit onderwerp laten zien dat zuivelconsumptie een risicofactor vormt voor prostaatkanker.

En de laatste meta-analyse van de beste cohort studies die ooit zijn gedaan stelt ook dat zuivelconsumptie een risicofactor vormt voor prostaatkanker.

En zelfs nieuwere onderzoeken stellen dat melkinname tijdens de adolescentie mogelijk zorgt voor extra risico's voor de vorming van kanker later in het leven.

Ondanks dat hormoongerelateerde kankersoorten tot één van de meest voorkomende doodsoorzaken behoren, zoals gesteld in het tijdschrift van het Nationale Kankerinstituut,

"We weten simpelweg niet welke hormonen, en hoeveel, er in het voedsel zit dat we tot ons nemen."

Meer aandacht is besteed aan onderzoek naar illegaal gebruik van designer steroïden door olympiërs en balspelers dan onderzoek naar de effecten van hormonen in ons eten op kanker en andere ziekten die van invloed zijn op miljoenen.

Er is daarom een voorstel gedaan om de niveaus van steroïde en andere hormonen en groeifactoren te controleren die in al het voedsel zit dat zuivel en vlees bevat, maar tot op heden is dat nog niet gedaan.

Meer lezen